Ik ben vooral een schilder van het landschap. De ruimte, het  spel van licht, de kleuren vertellen mij verhalen, die ik op mijn manier door wil vertellen. Soms gaat het om bestaande landschappen, soms meer om de aard van het landschappelijke, om wat Robert Zandvliet ‘topoi’ noemt en wat Armando omschrijft als ‘landscapic’.

De eerste landschappen (vanaf 1999) zijn in het algemeen bescheiden van formaat, meer afbeelding van een bestaand landschap dan verbeelding. Mijn ‘toppers van toen’ , zoals ‘Weidelandschap’ en ‘Veenlandschap’ laten een expressieve beweging en plezier in het gebruik van uitgesproken kleur zien.

De landschappen in de periode 2004 – 2007, zoals ‘Ode op het onbekende land’ worden gekenmerkt door verbeelding (en minder afbeelding), door beweging, door de zichtbaarheid van het schilderen (je ziet kwast en paletmes), door het plezier van werken met kleuren; en door soms beduidend grotere of bijzondere formaten dan de eerdere schilderijen.

Door de Ungemahlte Bilder van Emil Nolde ben ik in 2004 ook gaan aquarelleren. In 2005 maakte ik ‘bij toeval’ kennis met het werk van Johan Meeske. Zijn groot formaat aquarellen van Europese kusten en rivieren zijn bijzonder inspirerend. In zijn boek ‘Het landschap als atelier’ heb ik heel wat vertrekpunten voor eigen werk gevonden; en nog steeds blader ik er af en toe in, als ik me zet tot een nieuwe aquarel. Ook Helen Frankenthaler (colorfield painting) en Joseph Turner (neem zijn aquarellen van Venetië) mogen hier als inspiraties genoemd worden (zie verderop voor de aquarellen).

 ‘Aan de kust’ is een voorbeeld van het exprimenteren met materiaal in de periode 2007 - 2008. Werken met sterk verdunde verf op niet opgespannen doek, dat ligt op een hellend vlak en door mij tijdens het uitlopen van de verf wordt verschoven. Of op het doek verf, medium en water op elkaar laten reageren.

‘In 2010 ben ik weer terug bij de verbeelding. Ik maak een kleine serie over de jaargetijden.